Hoe ijdel moet je zijn wil je jezelf ‘opiniemaker’ noemen?
‘Opinions are like assholes. Everybody has one,’ aldus Harry Callahan (Clint Eastwood) in Buddy Van Horn’s The Dead Pool (1988). Oftewel: niet zo serieus nemen, de mening van een ander, want een mening is niet bepaald een curiositeit. Echter, voor de opiniemaker - die liever het deftiger woord ‘opinie’ gebruikt, in plaats van ‘mening’ - zijn alle opinies weliswaar gelijk, met dat ene verschil dat sommige opinies nou eenmaal more equal zijn than others. Die van de opiniemaker zelf, bijvoorbeeld. Ondanks het feit dat er op aarde acht miljard opiniefabriekjes rondlopen, heeft de opiniemaker het patent op het creëren van een opinie die nog niemand heeft. De opiniemaker is een soort opinie-uitvinder. Een intellectuele hoogvlieger, die hopla, de ene na de andere nieuwe mening uit zijn mouw schudt. Zo. Daar hadden jullie nog niet aan gedacht, hè?!
Daarnaast impliceert het label ‘opiniemaker’ dat de gemaakte opinie niet alleen wordt verspreid, maar ook geadopteerd. Een deel van de bevolking is niet in staat weerstand te bieden aan deze overweldigende hoeveelheid wijsheid dat ze hun eigen mening overschrijven met die van de opiniemaker.
Nogmaals: hoe schaamteloos moet je zijn om jezelf als een soort goeroe der verlichting te afficheren?
Het label ‘opiniemaker’ is bedacht omdat je als ‘journalist’ met feiten moet komen. Onderzoek moet doen. Een journalist die op televisie slap uit zijn nek gaat lullen, bevlekt daarmee zijn journalistieke werk. En dus splitst hij zichzelf in twee verschillende persoonlijkheden. Zoals politici iets als politicus kunnen vinden en iets totaal anders als mens, zo is de journalist een andere mening toegedaan dan de opiniemaker, ondanks dat ze allebei in hetzelfde lichaam zitten. Kloppen de feiten? Ja, dat komt omdat ik journalist ben. Kloppen ze niet? Ja, nee, ik ben opiniemaker, dus dan moet je af en toe overdrijven om iets op de kaart te zetten.
Of, in tenenkrommend talkshowjargon: om een bijdrage te leveren aan het publieke debat.
Vanaf zijn troon gooit de opiniemaker geregeld een stuk rood vlees naar het simpele volk dat hooguit één mening in het hoofdje kan houden en de diepzinnige biefstuk watertandend uit de lucht hengelt. De rattenvanger van Ha… ik bedoel opiniemaker, heeft niet als doel de massa te verheffen, maar wordt gedreven door ordinaire zelfpromotie. Hij is de autoriteit op het gebied van de Dat wilt ik nou effe kwijt-kunde. Alles wat hij uitkraamt is goud. Elke lettergreep een glanzende parel die hij met gespeelde tegenzin, zo van: dit wisten jullie toch wel? O, niet? Dan zal ik het nog één keer uitleggen - voor de zwijnen werpt. Wat is hij toch een groot denker, met hoofdletter D.
We zijn de satire ver voorbij. Bob de Rooij is niet dood, hij leeft! In de gedaante van opiniemaker zit hij zichzelf aan talkshow- en podcasttafels te overschatten en krijgt nergens weerwoord, want zijn ingebeelde status straalt af op het programma. Het is een een-tweetje. Tot het moment dat de kijker het label niet meer serieus neemt, de overmoedigheid wordt doorgeprikt en de maskers afgaan. Ze zullen hem dan als een baksteen laten vallen.
Ongetwijfeld zal hij zichzelf opnieuw in de markt proberen te zetten, met een nieuw label, om maar terug achter die microfoon te kunnen plaatsnemen. Het ging de ijdeltuiterij en grootheidswaanzin namelijk nooit om het label, laat staan om waardevolle opinies, maar om aandacht.


